Als ik ’s ochtends een rondje wandel, kom ik onverwachte schatten tegen: een metallic blauwe ijsvogel die over de beek weg scheert. Een gebruikt compostzeef van een buurman op de tuin. Ik raap een mooie veer op van een fazant die vaak in de moestuinen rondscharrelt. Een mooie oogst!
Appels
De appels in de tuin beginnen al goed te rijpen. Vandaag kan ik waarschijnlijk appelmoes gaan maken van Cox Orange, een boom die al op onze tuin stond. Een smakelijke zoete en friszure aromatische appelsoort die vroeger veel gezet werd. Dit jaar zitten er heel veel appels aan de bomen. Ondanks dat ik flink gedund heb, liggen door het gewicht van de appels doorgezakte takken op de grond. Ook een grote tak van de kweepeer bezwijkt bijna. Erik zal hem stutten met een plank om te voorkomen dat hij afscheurt.
Herfst in aantocht
De temperatuur is aan het dalen. De pompoenen zijn binnen gehaald, ze waren vroeg rijp dit jaar. De begroeiing en de bloemen worden dunner, de populieren laten al wat van hun blaadjes dwarrelen – een mooi gezicht. Er zijn inmiddels veel minder bijtjes en hommels. Eergisteren zag ik een kleine wesp die moe aan het eind van zijn leven een schuilplaats zocht in de Chinese wingerd. Bij de buurvrouw zit een nest met aardhommels. Ze zijn niet hinderlijk, eerder grappig, ze willen steeds naar binnen vliegen. De nieuwe zwaar zoemende hommelkoningin liet zich deze week ook al zien, ze zoekt al naar een geschikt onderkomen voor de winter.
Wist je dat er zo’n 350 soorten wilde bijen in Nederland zijn? De door imkers gehouden honingbij is de enige bijensoort die honing maakt. Met zowel de wilde bijen als de honingbijen gaat het niet goed. Dit komt vooral door de schaalvergroting van het agrarisch gebied en het hiermee gepaard gaande grote verlies aan wilde bloemen, pesticidengebruik en de vermesting. Ook de klimaatverandering – met langere perioden van extreme droogte en hitte of langere perioden met veel regen is een groot probleem.
Laat wilde bloemen groeien
Bestuivers voor onze planten – bijen, dag- en nachtvlinders, zweefvliegen, kevers en wantsen zijn belangrijk voor ons ecosysteem én voor ons voedselsysteem. We kunnen de bestuivers het beste helpen door veel inheemse wilde bloemensoorten te laten groeien. De meeste mensen zien wilde planten helaas nog steeds onkruid, terwijl ze er totaal geen last van hebben. We kunnen wilde kruiden beter goudkruid gaan noemen om mensen de waarde beter te laten inzien. Maai het goudkruid in je tuin zo weinig mogelijk en niet alles tegelijk. Een of twee keer per jaar maaien is prima.
Lichtpuntjes zijn er ook! Dit jaar zag ik voor het eerst in ons dorp mooie bloemenranden aan de landbouwakkers en prachtige bloeiende kruiden in bermen en op dijken. Op de dijk in Barbara’s weerd groeien mooie wilde bloemensoorten, zoals agrimonie, wilde peen, knoopkruid, beemdkroon, rolklaver, gewone berenklauw, rode en witte klaver, boerenwormkruid en grote pimpernel. Hier werd dit jaar gefaseerd gemaaid door het Waterschap Limburg (👏🏼). In onze tuin staan dit jaar heel veel bloemen en we hebben weinig gemaaid. Gevolg: we hebben meer insecten, kikkers en padden gezien dan alle voorgaande jaren dat we hier tuinieren, zowel in aantal als soorten. Erik rapporteert alle nieuwe soorten die hij in onze tuin ziet in zijn moestuinbeestjesblog.
Wilde plant is goud waard
Wageningen universiteit deed onderzoek naar welke planten je het beste kunt inzaaien om wilde bijen te helpen. Raad eens welke plant als beste uit de bus komt? De paardenbloem! Hier vliegen maar liefst 107 van de 350 soorten wilde bijen op! Ook de honingbij bezoekt hem graag. Op plaats twee staat de akkerdistel met 98 soorten wilde bijen die hier op vliegen. Gewone wilde planten zijn dus goud waard voor de wilde bij!
Bekijk: Onderzoek Wageningen universiteit naar beste planten voor wilde bijen
Foto boven van bijtje op knoopkruid: Olaf Holthuijsen, Arcen
![]()
